Succes voor de Reeënstichting Terschelling

Succes voor de Reeënstichting Terschelling

De provincie Fryslân publiceerde deze zomer van 2019 een opzienbarend artikel.
De Reeënstichting Terschelling vind daar wel wat over.

Het bewuste artikel:
https://www.fryslan.frl/document.php?m=16&fileid=61343&f=eb7271b8271a060245aed617ea2361bf&attachment=1&c=18107

Beleid

Met ingang van 2020 is het beheer van reeën in Fryslân gericht op het beperken van aanrijdingen. De populatie reeën moet dan zo worden beheerd, dat er niet meer dan vijfhonderd aanrijdingen per jaar plaatsvinden op het Friese vasteland. Met dit nieuwe beleid wordt beheer op basis van een doelstand (maximaal aantal gewenste reeën in Fryslân) losgelaten. Bij dat beheer van reeën staan zogenaamde hotspots centraal. Dat zijn hoofdwegen, vaak door bosrijk landschap, waar relatief veel aanrijdingen plaatsvinden. Voorbeelden zijn de N351 (Scherpenzeel – Oosterwolde), N381 (Drachten – Appelscha) en de Schoterlandseweg (N380, Oudeschoot – Donkerbroek). Ook buiten de hotspots wordt aan beheer gedaan, zodat er geen nieuwe hotspots ontstaan. Het aantal geregistreerde aanrijdingen in de periode 2015 tot en met 2018 bedroeg respectievelijk 388, 408, 584 en 497.

Beheerplan

Reeën zijn een beschermde diersoort. Beheren van de populatie mag alleen onder bepaalde voorwaarden. Daarom wordt eerst gekeken of er preventieve maatregelen getroffen kunnen worden, voordat overgegaan wordt tot afschot. Uitvoering daarvan kan alleen op basis van een goedgekeurd Faunabeheerplan. Gedeputeerde Staten verzoeken daarom de Faunabeheereenheid (FBE) een nieuw faunabeheerplan voor reeën op te stellen dat past binnen het nieuwe beleid van de provincie. Daarin wordt uitgewerkt hoe de FBE uitvoering gaat geven aan het reebeheer.

Het staat er zo eenvoudig, maar in feite is het grotendeels te danken aan onze doorlopende bemoeienissen en kritieken op onder andere de tellingen in het algemeen. Zowel de provincie als de FBE gaan nu overstag voor heel Friesland. De provincie of FBE zullen waarschijnlijk niet of met veel aarzeling toe willen geven dat het gewijzigde reebeheer voornamelijk tot stand is gekomen dankzij de Reeënstichting Terschelling. Deze Stichting heeft een beheerplan gepresenteerd, waarvan dus tot onze vreugd de essentie is overgenomen in de beleidslijn van de provincie. Het ree bepaalt als populatie - onafhankelijk van het aantal - zelf wat nodig is.

Aanvullend kunnen de volgende opmerkingen voor Terschelling gemaakt worden:

1. Succes voor de Reeënstichting Terschelling. Opmerkelijk is, dat de draagkrachtberekening volgens Van Haaften in de gehele provincie uitsluitend nog een theoretische factor kan hebben binnen het populatiebeheer. Het was ook nooit de bedoeling van Van Haaften om aan zijn draagkrachtberekening een bepaald afschot te koppe­len. De berekening kan wel van be­lang zijn om een aanwijzing te krijgen voor het aantal reeën dat binnen een bepaald leefgebied kan voorkomen zonder maatschappelijke of biologische onaan­vaardbare schade te veroor­zaken.

Het nu voorgestelde Friese beleid gaat ervan uit dat het ree zelf aangeeft in hoeverre de wet­tige criteria voor mogelijkheden tot corrigerend beheer worden benaderd of overschreden. De provincie kijkt nu vooral naar het aantal aanrijdingen. Toch zijn er ook andere schadeaspec­ten, die van invloed kunnen zijn: flora- en faunaschade, die na onderbouwing tot een noodza­kelijk geacht afschot kunnen leiden.

De provincie heeft besloten om een vorm van schadepreventie met geweer toe te staan. Zoals in ons beheerplan ook duidelijk wordt vermeld, gaat de provincie nu hiertoe over waarbij de aantal­len reeën binnen een leefgebied niet meer ter zake doen. Zo worden ook de tellingen daartoe overbo­dig. Onze ree-coördinator heeft daar al jaren geleden met arti­kelen in lande­lijke jagersbladen op gewezen en het is ook het standpunt van de Reeën­stichting Terschelling. Een succes dus voor de Stichting: inzicht heeft reetellingen gereduceerd tot de juiste waarde.

2. Afschot na vijf of meer ree-aanrijdingen? De Stichting heeft vernomen dat voor dit eiland bepaald werd, dat wanneer er jaarlijks vijf of meer aanrijdingen plaatsvinden, de mogelijkheid bestaat om af­schot te verlenen. Daar staat de Stichting aarzelend tegenover. Dat aantal is aanvecht­baar en hoeft geen vast uitgangspunt voor het afschot te betekenen. Geconstateerde aanrij­dingen dienen na een melding daarvan bij het Faunaregistratiesysteem (FRS) wel gecon­troleerd te kunnen worden door een opsporingsambtenaar. Dit om daar juridisch op terug te kunnen vallen. Gerechtelijk dient ook te kunnen wor­den aangetoond wel­ke pre­ventieve maat­regelen voor deze be­schermde diersoort zijn geno­men, alvorens tot het uiterste middel van afschot kan worden overgegaan. Voor een effectief schadepreventieplan rond de rijwegen op het eiland kan de Stichting een passende oplossing aandragen.

3. Wat de Reeënstichting Terschelling kan betekenen. In de periode 2010 - 2019 is gebleken dat de Reeënstichting de laatste jaren zorg heeft gedragen voor meer rust in het leefgebied van het ree binnen het eilander terrein van Staatsbosbeheer (SBB). Bovendien zijn suggesties van de Stichting dus overgenomen door de provincie Fryslân. Gezien onze deskundigheid en de cruciale inbreng binnen het Friese reebeheer is het verstandig en gewenst om de Reeënstichting Terschel­ling medebeslis­sings­bevoegdheid te verlenen over het plaatselijke reebeheer.

September 2019, Reeenstichting Terschelling

Ree met draad in gewei gespot